April 2010 PDF Print E-mail
Written by Maya   
Wednesday, 12 May 2010 10:18

April 2010

Zaterdag 3 april

Ongewenst bezoek

Tot mijn verbazing en ergernis staan er opeens 4 zwartjes achter het huis. Salomon en kleine Maria van Elisabeth plus waarschijnlijk iets uit de koker van grote Maria. Jan is eerder vanochtend, op weg naar Ellisras, bij de staff langsgeweest en ik weet dus niet of, en zo ja wat, hij hen beloofd heeft. Dus ik kan moeilijk zeggen dat ik hier echt geen zin in heb. Ze komen zwemmen en kleine Maria is jarig aldus de mededeling. Ze is vandaag 10 jaar geworden. Hmmmm. Ik maak het poolcover open en zeg dat ze eerst onder de douche moeten. Ze kunnen allemaal zwemmen roepen ze om het hardst, dat liegen ze, maar ik ga er toch echt niet bijzitten als badmeester. Maar bovendien: er blijven er altijd nog genoeg over mocht er perongeluk eentje sneuvelen. Ze hebben het kennelijk uitstekend naar hun zin, want ze houden het uren vol. Jan is inmiddels al weer terug en heeft een taart bij de staff achtergelaten ter ere van Maria’s verjaardag. Tussendoor komt Maria mij vertellen dat Salomon honger heeft. Lafbek om z’n zus dat te laten vragen. Als jullie honger hebben, dan ga je maar mooi naar huis, daar is voedsel genoeg. Maria kijkt beteuterd en brengt de boodschap vervolgens aan d’r broer over.

Bij aankomst troffen ze trouwens een slang, maar voordat ik hem zie heeft hij zich al onder een steen teruggetrokken. Ik zie hem wel vaker; cremekleurig, maar verder gaat mijn kennis niet, want hij laat zich niet uitgebreid bestuderen. Het lijkt een beetje op een cobra. Onlangs stak hij z’n kop uit het gat onder het huis toen ik Raja riep dat ze thuis moest komen. Hij keek echt op zo’n manier van “heb dat nou echt nodig dat geblèr”? En verdween weer in z’n hol.

Jan en ik klussen weer verder aan de handrail. Het begint al aardig op te schieten, de bevalling van bijna één jaar lang zit er bijna op.

Zondag 4 april

Als ik de was aan het ophangen ben, hoor ik de meute al weer aankomen. Jan zegt dat het feest vandaag niet doorgaat, morgen weer. Op zondag worden we graag met rust gelaten. Dan belt Moses  met de mededeling dat hij héééél erg ziek is geweest, maar hij is nu weer beter and very strong. Oftewel hij komt de handrailklus doen. Well I have a surprise for you Moses, it’s almost finished so we do not need you anymore. And by the way, this is the perfect way to loose business! Hij is dodelijk teleurgesteld, maar dat was ik ook toen hij het tot driemaal toe liet afweten.

Ontsnapt!

We leggen de laatste hand aan de handrail en zijn apetrots op onze huisvlijt. Jan ruimt alle zaag- en houtbewerkingsmachines op en ik boen de stoep want alles was omgetoverd tot één groot stof- en zaagsel nest. En al die tijd staat Onyx te blèren dat hij naar buiten wil. Maar ik kan niet op hem letten, dus moet hij binnen blijven. Maar Onyx denkt daar heel anders over. Op enig moment loopt hij toch buiten rond te struinen en krijgt Jan er gelijk van langs dat hij een deur heeft laten openstaan. Maar er is geen openstaande deur te bekennen. In één van de hordeuren zat een heel klein gaatje waarvan ik al tijden dacht: ik moet dat eens repareren. Het kleine gaatje blijkt nu een groot gapend gat waar Onyx zich doorheen naar buiten gewurmd heeft. Nu rest alleen nog dichtplakken met ducktape hetgeen natuurlijk een gezicht is, maar iets beters hebben we op dit moment helaas niet.

Nadat ik de njala’s gevoerd heb, en het begint te schemeren, beginnen de twee groepen jakhalzen weer tegen elkaar te huilen. Een heerlijk geluid.

Maandag 5 april

Michiel komt eten en Jan doet het treurige verslag dat ik z’n laptop niet alleen van alle virussen, maar ook van alle programma’s en bestanden heb ontdaan. AVG had 50 troyan horses, worms, etc gevonden en alles in quarantaine geplaatst kennelijk om verdere beschading van de laptop te voorkomen, maar dat is was gelijk wel erg drastisch. Michiel probeert het een en ander om de laptop z’n hersens weer terug te geven, maar ook hem lukt het niet. Hij neemt de laptop wel mee naar huis om Windows opnieuw te installeren, en op die manier bij de verborgen bestanden te komen. De oorspronkelijke diner-gedachte was een braai, maar de laatste paar dagen spettert het met enige regelmaat (in de regen-meter nauwelijks terug te zien overigens) dus echt aangenaam toeven is het niet buiten. Ik maak kingprawns in zoet-zuur-saus met rijst en diverse verse groenten.

Dinsdag 6 april         

Wonderdokter

Michiel belt dat het hem gelukt is om een aantal bestanden weer terug te toveren op de laptop, dus Jan weer helemaal gelukkig. Voor een internetverbinding moet hij echter naar dezelfde figuur in Ellisras die vorig jaar mijn laptop daarvan ook voorzag. Het is alleen de vraag of het figuur er nog is, want ben je twee weken daar niet geweest, is vrijwel het hele landschap aan winkeltjes weer veranderd en zijn de nodige ondernemertjes en oplichtertjes weer met de noorderzon vertrokken. Michiel komt de laptop brengen, want hij wil enpassant ook Windows 2007 bij mij installeren en m’n emails van de oude computer op m’n laptop overzetten. Kan die oude computer eindelijk van m’n bureau verdwijnen. Want mij was het, ondanks de imbeciel proof handleiding, niet gelukt. Het zou mij niet gelukt zijn ook blijkt, maar ook daarvoor heeft Michiel een aantal handige trucjes en hulpmiddelen om het onwillige systeem te bedwingen.

Eskom laat het afweten, de generator eveneens. Diens opstartaccu lijkt niet te willen opladen. Met overstartkabels en het bakkie wordt geprobeerd het ding aan de praat te krijgen, maar de overstart-kabels blijken net ietjes te kort. Maar voor één gat zijn we niet gevangen: de accu wordt uit de tractor gehaald en bij de generator geplaatst, en zie er is weer licht. Later die dag komt Eskom weer terug.

Het is de gehele dag naar somber weer maar ik ga toch maar een poosje naar buiten met Onyx om hem aan het terrein te laten wennen.

Woensdag 7 april 

Na een week zware bewolking en een beetje regen, begint eindelijk het zonnetje weer door te breken en staan er om één uur 6 zwartjes op de stoep. Twee meisjes van borstjes-krijgende-leeftijd. De ene heeft wel een bikinitop aan, de andere niet. Alhoewel ze zich niet lijkt te generen, geef ik haar uit mijn oude doos een fitness bra en dat wordt toch wel op prijs gesteld. Mij lijkt het water veel te koud na een aantal koude vochtige dagen, maar zij lijken nergens last van te hebben. De poezen vinden het maar nix al dat geschreeuw en gespetter en houden met gespitste oren en argwanend kijkend de boel op veilige afstand in de gaten.

Ik ga met Onyx naar buiten en Raja volgt hem. Op een gegeven moment ziet ze haar kans schoon en springt met d’r vette lijf boven op hem en begint te krabben en bijten. Onyx weet te ontsnappen, maar ons dikke trutje is veel sneller. Onyx krijst het uit en uiteindelijk heeft ze hem in het topje van een boom waar hij nog slechts aan een heel dun twijgje bungelt, en er niet meer uitkan op zich te verdedigen. Ergo, ik moet ook de boom in om haar in d’r kladden te grijpen en tot de orde te roepen. Waar bemoei je je mee spatten haar smaragd groene ogen. Wat een rotwijf en hoe het komt? Binnen lijkt alles pais en vree, maar zodra ze buiten vrij spel hebben, moet ‘t kleine ding het ontgelden. Jaloezie? Voedselconcurrentie? Want Luna is zo’n beetje psychiatrisch patiënt. Hij moet de hele dag aandacht, geknuffeld, en gerustgesteld. Wat hebben we ons gezin toch aangedaan?

Donderdag 8 april

We gaan naar Ellisras naar om de internetverbinding te laten herstellen. We staan voor de winkel, maar het bedrijf blijkt spoorloos. De nieuwe uitbater zou ook niet weten waar ze gebleven zijn. Francois brengt uitkomst: dicht in de buurt zit een nieuwe computerwinkel. Wij er naar toe en inderdaad, de eigenaar zegt de verbinding weer te kunnen herstellen, maar pas maandag a.s. want z’n techneuten zijn deze week volbezet. Maar ik ga m’n laptop daar geen 4 dagen achterlaten, ik zou het niet overleven 4 dagen zonder laptop en email. Ik koop een impala lily en halfmens en daarna drinken we een bakkie troost bij Wiesenhof.

Vrijdag 9 april

Mot de parole

Om zeven uur vertrekken we naar Krugersdorp om de trailer te laten repareren die Jan vorig jaar gedeeltelijk aan baggels reed. Er blijkt een hele nieuwe as onder te moeten; tel uit je winst. En pas over 2 – 3 weken klaar. Bij de Markro (waar het gelukkig nu helemaal niet druk is), koopt Jan z’n medicijnen en ik twee houten vrouwen figuren. In het gastenhuis is er nog een grote kale wand waar ze goed tot hun recht zullen komen en passen bij alle andere vrouwenfiguurtjes in gordijnen, handdoeken en dekbedovertrek. We doen inkopen bij Woolworths in Brooklyn en halen tenslotte de solar geyser op. De een of andere onverlaat heeft hem laten stuiteren, hij moet dus nog even bijgewerkt worden zodat we er tenminste een uur zoet zijn. Maar we krijgen koffie en thee aangeboden en maken een praatje met Carole. Ze is fran?aise maar spreekt al een aardig mondje engels en ze is belast met een speciaal optimaliserings-project bij Suntank. Ze heeft het best naar haar zin in Z.A. zo laat ze weten en ziet er nog bijzonder aardig uit ook. En op het beeldscherm van haar laptop prijkt Mot de parole in plaats van password.

Er staat een grote truck voor de deur die helemaal wordt volgeladen met solar systems en die eind van de middag naar Zambia moet vertrekken om de handel daar te gaan afleveren. Pas om half acht zijn we weer thuis en treffen we Onyx gelukkig levend aan. Raja is nog steeds niet te genieten en is ronduit vals tegen hem: krabben en bijten. ‘s nachts kruipt hij lekker bij mij in bed.

Zaterdag 10 april

Ik loop de checklist door en dweil het gastenhuis nog snel even voordat Hedwig en Jurjen komen.  Jan heeft de houten poppenkoppen al opgehangen. 

Tegen vieren arriveren Hedwig en Jurjen in een prachtige Jeep Grand Cherokee. Het ding is al 10 jaar oud, maar ziet er nog prachtig uit, ook de binnenkant met lederen bekleding vertoont geen enkel teken van slijtage. Ik denk met weemoed terug aan onze V8, maar hier op de farm zou je er niets aan hebben, nog afgezien dat hij veel te duur in onderhoud en verbruik is, maar je kunt er nog geen baal lusern mee vervoeren. Jurjen is zo trots als een pauw, en terecht.

We kletsen gezellig bij en horen alle belevenissen van de eerste twee weken bij Yvonne en Gerard, de auto kopen, Kapama waar hen een teleurstelling te wachten stond, alle papieren en administr-atieve rompslomp waar ze hoofdpijn van krijgen en gefrustreerd van raken, maar waaraan ze toch echt zullen moeten leren wennen als ze hier in Z.A. willen overleven. Kortom geen gebrek aan stof om over te praten.

Verrassing

Tegen vijven komen de njala’s hun brokkies halen en hebben een verrassing meegebracht: een kleintje terwijl er toch aan geen van de meiden te zien was dat er eentje drachtig zou zijn.

Zondag 11 april 

Er is er een jarig hoera!

Hedwig viert vandaag haar 51e verjaardag. Jurjen heeft haar een leuke wandeling in het vooruitzicht gesteld. Ze begrijpt er niets van als we in hun Jeep stappen. We nemen de toeristische route naar Ellisras en eindigen bij Wiesenhof voor koffie en taart. Van mij krijgt ze een “Taiga in Afrika”  zodat ze toch een pakje heeft om uit te pakken. Na de heerlijke versnaperingen rijden we nog even door het troosteloze Ellisras en keren huiswaarts. Op Jan se Pad zie ik ons kleine Kameelperd in de verte, pa en ma zijn ontzichtbaar, maar toch leuk om hem eventjes te zien.

Ik heb een lekker verjaardagsmaal voor Hedwig in gedachten, maar vlak voor het eten blijkt ze niet lekker. Jurjen verdenkt de probleem-SMSjes van hun 24 oude dochter eerder die dag ervan. Hedwig maakt zich zorgen en dat leidt tot spanning. We eten het verjaardagsmaal met z’n driën en doen het morgen nog wel een keer over als Hedwig weer beter te pas is. Maar sneu is het wel natuurlijk. Ze krijgt een paar slaaptabletten van mij om in ieder geval lekker te kunnen slapen. De slaaptabletten zitten altijd in Louis en alleen bedoeld voor lange intercontinentale vluchten.

Maandag 12 april

Gelukkig is Hedwig weer opgeknapt en na het ontbijt gaan ze richting Vaalwater o.a. op zoek naar een verlaat verjaardagskado in de vorm van een giraf. Want het is mij niet gelukt om vandaag een afspraak bij Mokolo Nature Reserve met Heide te krijgen. Ze hebben problemen met een olifant, dus geen tijd voor visite. Ik wil sowieso nader kennismaken met Heide en wellicht zit er daar wel een traineeship voor Jurjen in. Het is een private non-commercial reserve waar dus ook geen gasten worden toegelaten. Alles staat daar in het teken van conservation en rust voor beesten zoals olifanten, leeuwen, cheetah’s en white rhino’s. Maar Heide heeft beloofd me later  vandaag terug te bellen over een beter passend moment. En ze houdt woord: woensdagochtend om negen uur bij hun gate.

Ik houd me bezig met de administratie en andere onbenullige doch noodzakelijke zaken. Tegen vijven steek ik het vuur op de braai aan, want het weer is aangenaam en het waait niet al te hard.

Slimme vogel

Ik heb Onyx veiligheidshalve in de slaapkamer opgesloten, want die doet allerlei pogingen om naar buiten te komen. Daar is het namelijk nog veel leuker en spannender dan binnen. Jurjen gaat na het eten even iets ophalen in het gastenhuis, en als hij terugkomt zien we Onyx ook buiten op de stoep lopen. Hoe is dat in ’s hemelsnaam mogelijk: wie heeft hem naar buitengelaten? Iedereen is onmiddellijk suspect ofcourse. Maar niemand heeft hem buitengelaten en ik ga naar de slaapkamer om daar naar een eventuele escape te zoeken. Blijkt meneertje de hordeur te hebben openge-schoven. Nu kijkt hij altijd zeer oplettend toe als ik iets aan het doen ben, zo ook bij het openen en dichtdoen van deuren, maar dat hij zo slim is om en z’n pootje in de richel te zetten en dan te trekken, dat had ik toch niet echt verwacht. De deur loopt weliswaar soepeltjes, maar hier moeten we een list op verzinnen. De kleine deugniet heeft dus urenlang in het donker buiten rondgelopen.

Dinsdag 13 april 

Mama Tau

We gaan vanochtend met z’n driën naar Mama Tau want J&H hebben nog geen leeuw gezien deze reis. Op het Witkoppad treffen we een politieauto en een aantal functionarissen. Zowel wit als zwart. Ik vraag wat er aan de hand is? Is er weer ingebroken? Er is niet ingebroken, maar ze zitten al 3 dagen achter een rapist aan en die lijkt zich nu ergens op de farm van buurman Ben op te houden. Het is een zimbabwaan en heet Ifraim. Ik zeg het niet hardop, maar als ze met z’n 10en hier om hun auto blijven hangen, zal de rapist zich hoogstwaarschijnlijk wel in de struikgewas blijven schuil-houden. Waarom geen speurhond meegenomen? Omdat dit wel een lekker relaxte manier van werken is. Je hangt wat rond en je wordt er niet moe van.

Het luiperd is inmiddels naar een iets groter camp verhuisd in afwachting van het gereedkomen van z’n definitieve camp. Daar hoort een luiperd natuurlijk helemaal niet, maar zo kun je hem wel heel mooi van dichtbij bekijken. We maken de standaard ronde in de gamedrive vehicle waarbij de oude man ons rondleidt tot mijn teleurstelling. Hij weet alles van z’n beesten hoor, daar niet van, maar hij is erg moeilijk te verstaan en z’n gameranger doet het toch net even wat leuker en aantrekkelijker. De witte en gewone leeuwen kunnen van heel dichtbij gefotografeerd worden en na de rondrit blijven wij bij het luiperd hangen. We kletsen gezellig en hij purt en lustig op los en komt als je hem roept. Hij gaat uitgebreid op de foto, maar helaas kan ik hem niet aanraken want er zit …….tig volt tussen. Hij is ongelofelijk mooi, maar een beetje te dik. Hij krijgt nog twee keer per dag eten (de leeuwen éénmaal per week) en dat is goed te zien. We scheuren ons node los van dit prachtige beest en rijden via Ellisras terug naar huis omdat Jurjen nog wil tanken. Kwamen we op de heenweg al klipspringers tegen, nu komen we langs een farm waar wel 7 – 8 kameelperde lopen, we zien njala’s, kudu’s, blesbok bij verschillende farms waar we langsrijden en zien een jakhals oversteken.

Jan moest naar Ellsiras voor een nieuwe reserveband. Ondanks mijn suggesties om van te voren even te bellen, hetgeen uit dien hoofde alleen al niet gebeurt, is hij ook vandaag weer voor Jan L naar Ellisras gereden. Weer geen band, maar wel een zoveelste belofte rijker, keert hij weer huiswaarts.

Woensdag 14 april  

Mokolo Nature Reserve

Het ontbijt staat voor zeven uur gepland want om kwart voor acht moeten we uiterlijk rijden richting Mokolo Nature Reserve. We gaan met twee auto’s omdat J&H vandaaruit direct door willen rijden naar Tzaneen. Tot mijn grote opluchting staan de giraffes bij de blauwe poort. Die weten op het allerlaatste moment meestal nog de courtesy te hebben om zich te tonen. Hartelijk dank daarvoor.

Op het Hermanusdoringspad crossen we de Mogol river die behoorlijk stroomt en direct daarna bevindt zicht de poort naar MNR aan de rechterkant. We worden opgewacht door Lee, Heide en haar buurman Heinz, eveneens een duitser. Woont in z’n uppie op een 1300ha gamefarm en heeft een zoon met twee kleinzoons in Duitsland. Zijn hier nog nooit geweest, maar mischien komt het er volgende jaar van. Ik had eigenlijk alleen een praatje over het traineeship verwacht, maar we worden in hun bakkie geplaatst en gaan het reserve bekijken. En al het werk wat daar bij komt kijken. Ze zijn immers een big 5 area en als het fench (zoals vorige week door de rivier compleet meegenomen) stuk is, moet daar men man en macht aan worden gewerkt om het weer te herstellen om geen permits te verliezen. Het gebied is zo’n 8000ha en in bezit van een overseas conglomerat. Heide (ik schat haar 65) is een soort zetbaas, rookt zich te pletter en Lee is haar manager. Lee’s vriendin doet de administratie en heeft een zeven jaar oude dochter uit een eerdere relatie.

Een aantal jaren geleden kreeg het reserve 2 jonge wees olifanten uit het Krugerpark. Een soort K-marokaantjes zeg maar, maar ze heeft er fatsoenlijke beesten van weten te maken die inmiddels zelf succesvol voor nageslacht hebben gezorgd. Ze praat met ze en ze komen naar haar toe. We ontmoeten één van de bullen bij een waterhole en hij komt inderdaad, nadat ze hem op z’n gemak heeft gesteld, naar haar toe. Maar met gasten durft ze hem niet al te dichtbij te laten komen. Ook omdat Jurjen z’n fluisterklep niet kan houden ondanks Heide’s eerdere uitdrukkelijke verzoek te blijven zitten en geen geluid te maken. Als gameranger-in-spé zou je toch beter moeten weten. En Heide is er zwaar geirriteerd over kun je aan haar lichaamstaal wel merken.

De leeuwen zijn helaas niet in de buurt (dat kan Lee checken met z’n antenna en luisterkastje) en de cheetah’s zitten aan de Ka’Ingo kant, ver bij de leeuwen, tevens voedselconcurrenten waarvan ze het vrijwel altijd verliezen, vandaan.  MNR liet vorig jaar hun fenches neer met Ka’Ingo en dat was groot nieuws in alle nature conservation bladen, maar begin dit jaar besloot de Zorgvlietgroep (eigenaar Ka’Ingo) om de stekker uit het stopcontact te trekken zonder daar ook maar iemand te voren van in kennis te stellen. Bij MNR sloeg het in als een bom en hoe het verder gaat? Niemand weet het. Maar alle olifanten en de vier leeuwen zijn naar MNR gekomen, alleen de cheetah’s zijn dus verkast.

Tegen twaalven zeg ik dat we wel genoeg misbruik hebben gemaakt van hun gastvrijheid en we maar een eind moeten breien aan het bezoek. Dat wordt afgesloten met de vraag wat Jurjen eigenlijk precies wil, want echt een feest op MNR is het niet: 24/7 werken van 0600 tot 1700 en op dit moment geen gastenverblijf beschikbaar. De chemie en verwachtingspatronen blijken niet overeen te komen, dus einde oefening, maar wij houden ongetwijfeld contact met Heide en Heinz want zulke erudiete conservationists kom je maar zelden tegen.

Heinz vertelt en-passant nog vorige week een twee meter lange python z’n keel te hebben doorge-sneden. De python had z’n hond te grazen genomen en wilde niet meer loslaten. Dus toen maar een snee in z’n nek waarna de python er nog in slaagde de Mogol over te zwemmen. Maar Heinz heeft hem alsnog gepakt en gerapporteerd bij de politie teneinde vergunning te krijgen om het beest z’n vel te laten prepareren. Pythons zijn higly endangered en die mag je, behoudens noodgevallen als deze, dus niet om zeep helpen.

We nemen afscheid van iedereen en keren huiswaarts en gaan aan de slag om het gastenhuis voor het volgende bezoek weer in orde te maken. De wasmachine draait in dit soort gevallen overuren.

Donderdag 15 april 

Jan gaat opnieuw met de laptops naar Ellisras waar hij om tien uur een afspraak heeft. Maar weer gebeurt er niets aan de laptops en twee en half uur later lijkt de techneut gewoon verdwenen. Dit is de laatste keer dat m’n laptop meegaat, want die kun je niet zomaar bij een wildvreemde achterlaten zonder te zien wat er gebeurt. Had ik dit tevoren geweten, was hij ook nu niet meegegaan. Maar gelukkig weet je niet alles van te voren.

Ik heb olie de diverse decken weer en loopplank naar de hide. Nu alle werkzaamheden achter de rug zijn kan ik daar met een gerust hart aan beginnen. Geen onnadenkende onverlaat meer die met krassende gereedschappen over het hout sleept, en daar lelijke krassen mee achterlatend.

Oliver en Abram hebben de lekkende vijver gesloopt. Daar zijn ze een week mee bezig geweest. Een volstrekt zinsloze excercitie, want de volgende vijver zal een zelfde lekkend lot beschoren zijn als manlief niet naar wijze raadgevingen wenst te luisteren, en het slechts op een herhaling van zetten uitdraait.

Pok

Ik heb een halfmens gekocht voor de pot bij Hans en Grietje. Ik vul hem met stenen en de jongens gooien hem half vol met zand. Ik moet even de kraan bij de watertanks gaan aanzetten om het geheel lekker in te wateren. Als ik weer terugben bij H&G hoor ik “pok” en zie tot mijn schrik dat de waterslang de bodem onder de pot heeft weggespoeld die daarbij tegen H&G is geknald. Hij is aan gruzelementen, ik woedend op mezelf over mijn eigen stompzinnigheid en al het tevergeefse werk. Halfmens kan ik gelukkig nog redden, die moet tijdelijk in de kas maar een nieuwe pot afwachten. Dat kan trouwens nog wel even duren, want ze komen uit Bela-Bela en daar komen we voorlopig niet in de buurt.

Vrijdag 16 april 

Abram heeft lang weekend en Oliver checkt de fench. Op weg naar de workshop vind ik een hele mooie gave grote porcupine-pen, die heeft hier dus vannacht rondgemarcheerd.  Dat blijft één van m’n grote ergernissen: niet kunnen zien wat er ’s nachts allemaal langskomt en rond het huis spookt, en het dus alleen maar met de sporen van de beesten te moeten doen.

Jan heeft de solargeyser weer geinstalleerd, maar het pompje dat voor de toevoer van en naar de solarpanelen zorgt is doorgebrand. Het was in november vorig jaar al duidelijk dat dat ding stuk was, want elke keer als het werd aangezet, vloog de aardlekschakelaar eruit, maar soms duurt het even voor een boodschap overkomt. Vandaag was dat eindelijk het geval. En zo is er altijd wel wat kapot en lijken de prijzen van de te vervangen onderdelen gevaarlijk nederlandse trekjes te gaan vertonen, of loop ik heel erg achter? En simpel pompje met nauwelijks doorvoerkapaciteit voor EUR 125? Ik vind het nogal wat.

Zaterdag 17 april 

Ik heb nog een bergje was te strijken en olie het deck bij het zwembad. De kwast die ik daarvoor gebruik begon al tekenen van slijtage te tonen en werd steeds slapper in de steel. Nu breekt hij kompleet af, dus moet ik het met de kwast zonder steel doen. En het goedje is zo destructief (behalve voor het hout kennelijk) dat het zelfs door m’n rubberen handschoenen heenvreet. Maar de klus is weer geklaard, alle decken liggen er weer toppie bij constateer ik vergenoegd. Van iemand anders hoef ik geen complimenten te verwachten, dus geef ik ze gewoon mezelf.

Maandag 19 april    

Tot onze verrassing is het afgelopen nacht begonnen te plenzen en onweren. En dat moet je echt je bed uit om de telefoon, TV en laptop te redden. Dus alle stekkers uit het stopcontact. Onze aardlek schakelaar slaat uit en ik vermoed dat de nieuwe weerligafleier bij de garage geraakt wordt aan de rondvliegende sparks te zien. Tegen negenen is de bui weer overgedreven en de lucht helderblauw. De snelheid waarmee het weer hier kan veranderen, het is nauwelijks te beschrijven.

We moeten naar Ellisras met weer een hele waslijst. We moeten nog steeds ons cellnummer laten registreren (het nut en de noodzaak ervan zie ik niet, want dieven zijn alleen geinteresseerd in de mobiel en niet de simcard), maar goed we hebben ook geen zin om de eigendom van onze mobiele nummers te verliezen, dus doe je aan deze gillende onzin mee. En Jan moet bij de politie weer een stempel halen dat hij nog leeft van het pensioenfonds (vroeger c(h)ampagne, maar nu gewoon campagne want de laatste 5 jaar geen indexering te zien, maar kosten levensonderhoud sindsdien wel verdubbeld). En de wegenbelasting voor de trailer moet worden betaald. Daarvoor moet je naar de municipality. Via internet betalen kan ook, maar of het vignet via de post dan ooit aankomt? Een onaanvaardbaar risico.

TON/TOM

Maar we kunnen niet zomaar naar Ellisras zo blijkt. In mijn voorbereidingen op de reis wordt ik ernstig verstoord (tassen, koelboxen, voorbeeld gordijn meenemen). Jan troont mij mee naar de workshop waar ook Oliver, Abram en Solly (zoon van Maria, die een paar dagen mag meewerken voor een bepaalde rotklus) zich al verzameld hebben. Ik spreek het niet hardop uit, maar ze hebben ongetwijfeld een slang. Wat is die probleem? Jan schijnt er met de zaklamp op: een pofadder. Het beestje ligt lekker opgeknoeddeld tussen de wildsbrokkies onder de stellingen die tegen de muur geplaatst zijn. Het is een nachtdier, dus overdag zoekt hij een donker hoekje op. Ek soek die stok van die slang  merkt Oliver totaal overbodig op. Ik zeg hen de slangenton in gereedheid te brengen terwijl ik de slangenhaak ga halen. En daar staan vier volwassen kerels toe te kijken hoe ik de pofadder vang. Dat lukt niet één, twee, drie, want ik krijg de haak niet precies achter z’n kop en glijdt de slang dus gracieus steeds weer uit de haak, maar de vierde keer heb ik hem dan eindelijk te pakken. De haak precies achter z’n rechthoekige kop en dan kan hij geen kant meer op, en zo til ik hem de slangenton in nadat Solly nog een hooivork op z’n kop had willen drukken. Moennie doodmaak nie Solly waarna hij de hooivork weghaalt. Het deksel gaat op de ton en ik vraag applaus van mijn toeschouwers. Dat komt er maar met moeite uit.  Niet Trots Op Nederland, maar Trots Op MEZELF dat het me gelukt is de slang te pakken en in de ton te laten zakken. Mijn hart is er goed voor om het beest op z’n gemak te stellen dat het heus allemaal goedkomt, zoals ik bij andere beesten wel doe, maar dat lijkt me in dit geval een beetje tricky.  Het beest leefde daar in luilekkerland natuurlijk vanwege de muizen die op de wildsbrokkies afkomen. Slechts een kwestie van je bek opendoen, en ze lopen vanzelf naar binnen. We laten de slang op het Witkoppad in de berm weer los en wensen hem veel geluk in z’n nieuwe leefomgeving. Hij blijft in totale verbijstering en desorientatie alleen achter. Ik heb eigenlijk medelijden met hem, maar hij vindt z’n draai en een nieuwe voerschuur hopelijk snel weer.

We gaan naar Leka Reka waar gordijnstof verkocht word. Ik zoek stof voor ons nieuwe project “koof”  en ik meen de goede kleur te hebben gevonden, maar absoluut zeker ben ik niet. Alhoewel? Ik vraag om een monstertje dat Elna voor me afscheurt. Via Wiesenhof gaan we weer naar huis waar we net op tijd arriveren om de kosboxen voor de jongens te vullen. Maar ook de terugreis verloopt niet zonder oponthoud: halverwege ligt er aas op de weg en een grote roofvogel probeert dat tussen het zware verkeer door op te pakken. Dat loopt vast niet goed af voor de vogel, dus ik zet het bakkie aan de kant, en Jan haalt het aas van de weg. Het blijkt een blauw apie (vervet monkey) te zijn, en dat zie je toch niet vaak een doodgereden aap omdat ze meestal watervlug zijn. En op het Witkoppad steekt een stel dwarfmongoosjes over.

Project Koof

Sinds medio vorig jaar hangen er gordijnen in de woonkamer voor de grote schuifpuien en om de rail onzichtbaar te maken, moet er een koof voor komen. De metalen beugels om de koofplank tegen te bevestigen hebben we ook al geruime tijd in huis. En nu het project “handrail” af is, is dit project dus aan de beurt. De haken zijn in co-productie het afgelopen weekend inmiddels bevestigd en het wachten is dus nu op de stof om rond de plank te spannen. De beugels moeten weliswaar weer van de muur om ze in de juiste kleur van de stof te kunnen spuiten, maar nu ze eenmaal gepositioneerd zijn is dat een fluitje van een cent. De reep stof blijkt kwa kleur vrijwel exact overeen te kom en met de gordijnen en ik laat Elna weten dat ze de stof kan afknippen en dat ik het later deze week kom ophalen.

Raja is nog steeds woedend op Onyx en ze als ze de mogelijkheid krijgt om hem ergens te “corneren”  zal ze het niet laten waar hij vervolgens compleet afgerost wordt. Hij verweert zich wel en zet het op een schreeuwen zodat de hulptroepen snel ter plaatse kunnen zijn, maar door haar omvang en gewicht heeft ze uiteraard de overhand. Ik probeer met speelgoed hen aan het spelen te krijgen om zo de aandacht af te leiden. Met Luna lukt dat prima en dat gaat ook steeds beter, maar Raja  is totaal onvoorspelbaar.  De ene keer loopt ze straal langs Onyx heen, de andere keer is het compleet oorlog.

Was de hemel om kwart voor zes nog blauw, binnen tien minuten is alles inkt- en inktzwart, en begint het zo erg te stormen dat alle buiten stoelen en tafels omver gaan de de stoep in no-time blank staat. Daarbij onweert het ook nog eens aanzienlijk en weet Onyx niet wat hem overkomt. Verschrikt kruipt hij op schoot. Na een uur of twee is de bui weer vertrokken, maar weten we niet hoeveel regen er precies gevallen is, want ook de regenmeter is uit z’n houder geragd, maar we schatten zo’n 10 – 15 mil aan de stijging van het niveau in de waterfeature te zien.

Dinsdag 20 april 

Emmy is gekomen om het gastenhuis voor het a.s. bezoek van Frank c.s. in orde te brengen en het puin is vrijwel helemaal uit de lekkende vijver verwijderd. Dat is naar de stone crusher gebracht omdat ik wil dat het gerecycled wordt in plaats in de bodem gedumpt dat al m’n mannen het liefst doen. Lekker makkelijk, maar ik wens geen vuilnisbelt op eigen terrein en het gecrushte beton kan mooi als vulling voor de deels weggespoelde paden dienst doen.

Stekkie van de Fuchsia (Ja Zuster, Nee Zuster)?

Een paar maanden geleden schreef ik over de bloeiende Agave die een nieuwe verrassing voor ons on petto blijkt te hebben. Nu het gisteravond zo gestormd heeft, liggen er opeens overal stekjes. En als we de lange piemel wat beter bestuderen, blijken deze stekjes gewoon aan die lange stengel te groeien en die wachten op de wind om elders geparachuteerd te worden om weer wortel te kunnen schieten. Ik ben dol op die planten, en we kunnen dus nu een heuse kwekerij voor eigen gebruik gaan beginnen. En er zitten er nog heel veel aan te komen zo te zien.

Onyx is niet goed te pas, wil niet eten en heeft koorts. Gisteravond heeft hij urenlang met Luna lopen ravotten door de kamer. Wellicht te veel van zichzelf gevraagd, of gewoon en griepje? Altijd vervelend dat zo’n beest niet kan praten en je maar moet raden wat er aan de hand is.

De hel breekt los

Tijdens het eten steekt er opeens een storm uit het niets op. Hoe hard we ook rennen om alle ramen te sluiten, alles vliegt al door de lucht. Als buitenstaander kun je je er echt geen voorstelling bij maken. Met de wind barst er ook een regenbui los. Voordat we van de eettafel bij de badkamer zijn, staat de vloer al blank, en zijn de kussens van de sunloungers spoorloos verdwenen. Een spot ik er tegen de muur op het terras (de ander vinden we later in de brandgang terug). Die sunloungers staan weliswaar buiten maar onder een rieten kap en zitten met klittenband aan de sunloungers vast. De hoes van de parasol is er ook afgewaaid en de parasol zelf staat ongeveer een meter verder op het zwembaddeck, dan waar hij de laatste maanden had gestaan. Alle stoelen en tafels liggen weer om en het flyscreen dat de stoep voor het huis tegen de felle zon moet beschermen is compleet aan gort. Gisteren waren de eerste tekenen al zichtbaar en ik had gevraagd dat vanochtend als eerste klus aan te pakken, maar tevergeefs. Nu is het leed nog veel groter. Maar we hebben wel mooi 20 mil te pakken en alles is weer schoon en fris gewassen. So heb elk nadeel se voordeel sal ik maar segge. Jan zit inmiddels weer voetbal te kijken, dus deze Johan Cruyff term lijkt mij niet ongepast.

Eskom was ook onmiddellijk weer vertrokken en Jan zit te mopperen dat de generator niet auto-matisch aanslaat. Nou schat, dat komt omdat je hem gisteravond zelf bent wezen uitzetten verdedig ik de beschuldigde partij. Als de bui een beetje geluwd is, gaat Jan naar het generatorhok, en binnen vijf minuten: zie daar, er is weer licht.

Woensdag 21 april   

Om kwart voor acht vertrekken we naar Pretoria. Jan moet op artsenbezoek bij een dermatoloog want er bestaat een verdenking van psoriasis. Er gaan 3 koelboxen en de tot op de draad versleten bruine tas mee. Die tas viert dit jaar waarschijnlijk z’n 30 jarig bestaan. We zullen er binnenkort afscheid van moeten nemen want de rits wil nu ook niet meer dicht. Er gaat ook een deken mee om een pot bij de pottenboer in Bela Bela te kopen. De jongens gaan het puin uit de vijver crushen en Emmy gaat het bushcamp schoonmaken. Want Jan wil straks met z’n kleinzoons wel een nachtje in een tent slapen. Het is te hopen dat het dan niet meer zo stormt.

ING in de bocht

In Vaalwater legen we de postbus en treffen een brief van de ING. Ze komen er drieenhalf jaar later achter dat ze geen fysiek adres van Jan hebben (van mij ook niet, dus ik krijg vast ook nog wel zo’n brief) en dat ze als gevolg daarvan geen internationale betalingen meer voor hem zullen verrichten. En als hij voor 15 mei a.s. geen fysiek adres doorgeeft, dan wordt de relatie heroverwogen (nette bewoordingen voor beëndigd). Ach, hij bankiert er pas zo’n 42 jaar. Nu hoeft ING nooit internationale betalingen voor ons te verrichten, dat doen we zelf wel achter ons computertje. En het gaat alleen om het pensioen elke maand. Wat moet je nou met zo’n achterlijke brief? Lachen of huilen? Zullen we die randdebielen überhaupt aan het verstand kunnen brengen dat farms een officiele farmnaam en een soort kadastraal nummer hebben, maar geen straatnaam en geen straatnummer? Ik waag het te betwijfelen. Wat een achterlijk land.

We gaan in Pta eerst koffie drinken bij La Spiga. Daar verkopen ze een engelse krant van tabloid formaat die onbeschoft duur is voor zo’n vod, maar Jan vindt het kennelijk een teken van beschaving om hem te lezen of er mee gezien te worden. De krant wordt zorgvuldig in het zijvak van de bruine tas opgeborgen. Die gaat hij straks op de terugweg lezen als ik ons voertuig  richting huis bestuur. Daarna gaan we naar Woolworths voor de boodschappen. We laden alles terug in de kar om in de koelboxen (die achterop het bakkie staan) te verdelen. Aan zo’n boodschappentrolley zit altijd wel een haakje voor je handtas oid, maar Jan hangt de loeizware bruine tas eraan. Niet zo’n goed idee vind ik, want er kan van alles uitvallen nu de rits niet meer dicht kan, en de tas zelf staat gewoon op uitelkaar vallen. Dus ik zie hem liever (doch tevergeefs) in een trolley vervoerd. De niet bederfelijke waar en goddelijk lekkere verse bruine broodjes gaan in de bruine tas. Ik sta achter op het bakkie waar Jan mij alles aanreikt wat in de koelboxen moet, heeft trolley leeggemaakt en vervolgens weggezet. Waarna we het ziekenhuis gaan opzoeken. Dat ligt in de diplomatenwijk aan Pretoriusstreet, en is gemakkelijk te vinden met een uitstekende kaartlezer zoals ik. We leren de ziekenhuis zo wel kennen, want dit is inmiddels nummer 6.

Prof Jasic

De dokter is een klein manneke en op z’n naambord zien we dat hij Professor is. Wat een eer. Eerst een document invullen en cash afrekenen en daarna mogen we naar de Prof. De man is al lang met emeritaat zo te zien en aanvankelijk gaat het over van alles, behalve over Jan’s aandoening. De Prof is pool, spreekt russisch en de geschiedenis wordt even kort uit de doeken gedaan. Dat is aan Jan wel besteed, want die is dol op historische-, en oorlogsliteratuur. De Prof blijkt er gezonde opvattingen op na te houden en hij werkt nog slechts 3 uur in de week. Niet als dermatoloog an Sich, maar voor 2nd opinions. Alle dermatologen in Pta zijn zo ongeveer leerlingen van hem vertelt hij, want hij was Prof aan de university van Pta. Hij heeft alle tijd van de wereld en kijkt en passant naar Jan z’n plekken die eerder door de GP (huisarts) als psoriasis werden afgedaan. De Prof herkent de plekken niet als zodanig hetgeen op zich een geruststelling is. Hij schrijft een aantal zalfjes voor die de jeuk moeten inperken. De Prof reist kennelijk nog steeds veel en is fervent vogelaar. Hij vraagt dus of er bij ons ook veel vogels aanwezig zijn op de farm. Die zijn er inderdaad. Ik vraag hem op mijn beurt hoe ik van m’n rimpels afkom, maar dat zou hij niet weten, want hij was niet van the cosmetics. Zelf heeft hij wel een heel gladde huid voor z’n (geschatte) leeftijd. Hmmm.

Afscheid

Nog even bij Builders Warehouse langs en dan gaan we lekker naar huis, en Jan z’n peperdure krantje lezen. J: Waar is dat eigenlijk? M: In het voorvak van de bruine tas. J: Waar is de bruine tas? M: Hoe weet ik dat nou, jij hebt de trolley uitgeladen. Op de achterbank tussen de andere tassen, valt geen bruine tas te bespeuren. We zitten al ruimschoots op de N1 naar het noorden en ik zet het bakkie in de berm. Lichtelijk ongerust stapt Jan uit: geen bruine tas achter op het bakkie. Ergo: die hangt nog aan de haak van de boodschappentrolley. Ik had me het afscheid van de tas toch net even anders voorgesteld. Ik vraag Jan om Woolworths te bellen (nummer staat op de bon), dit lijkt me toch wel het minste wat hij kan doen, om te vragen of een eerlijke vinder de tas daar naar toe heeft gebracht. Maar geen haar op z’n hoofd die daar over denkt. Het idee alleen al om zo’n stupiditeit toe te moeten geven……… never. Hij zakt nog liever door de grond bij wijzen van spreken. Maar de poezen en ik zijn echter wel de grootste slachtoffers: bijvoorbeeld alle heerlijke verse bruine broodjes en shebaatjes zitten in die tas. Alles bij elkaar toch zeker wel zo’n R600-700 aan waar. Dit is toch weer een nieuw hoogtepunt in Jan’s …………………, ja geef er maar een passende naam aan.

In Bela Bela pikken we twee bloempotten op bij het zwarte manneke die de potten zelf maakt, en die gaan op de achterbank in de veiligheidsriemen.

Potjiekospot

Weer op de plaas rijden we langs de staffquarters, want we hebben een potjie voor hen gekocht. Ze zitten immers al weer een paar dagen zonder stroom en kunnen geen eten koken anders dan op de braai. En zo krijg je de aardappels en groenten niet gaar, dus vandaar deze peperdure aanschaf. Zo’n dik zwaar zwart gietijzeren geval dat je op het braairek kunt plaatsen, en er vervolgens van alles in kunt kieperen hetgeen in potjiekos resulteert.

Donderdag 22 april 

Ik laat het er niet bij zitten en bel Woolworths, maar daar is de tas niet naar teruggebracht. Vervolgens zoek ik op de website de security van Brooklyn Mall op. Ik beschrijf de swartman de tas en die roept onmiddellijk dat hij hem gisteren heeft gevonden. Hing gewoon aan de haak van de trolley en staat nu bij hem in de controll room. Ik vertel hem dat we heel erg ver weg wonen, maar dat we volgende week vrijdag toch naar het vliegveld moeten, en we de tas dan wel ophalen. En dat hij de heerlijke broodjes lekker mag opsmikkelen, die zijn na een dag toch al niet zo lekker meer, en na een week verschimmeld waarschijnlijk. Echt waar? vraagt hij. Echt waar, maar van de rest afblijven hoor! Hij noteert nog even m’n naam en telefoonnummer.

Jan heeft stiekum zitten meeluisteren natuurlijk en komt te voorschijn: hm, zijn we dus nog steeds niet van die oude versleten tas af? Neen, je moet een effectievere methode verzinnen dan deze.

Vrijdag 23 april

Sushi

We gaat de stof voor de koof ophalen en Jan gaat ook mee. Het idee is om de stof aan de plank te nieten, maar in Z.A. blijken nergens de nieten te koop, die in de twee uit NL meegekomen niet-machines passen. Dus moet er een nieuwe nietmachine komen. Bij Bou en Hardeware hebben ze een Bosch, maar ze hebben er geen batterij voor en ook geen bijpassende nieten. Wat moet je dan met zo’n ding in je winkel? Bij Mica vinden we er wel een, electrisch en met passende nieten. We drinken lekkere koffie bij Wiesenhof en ober Kelvin vertelt dat ze vandaag een heuse Sushi-chef uit Pretoria aan het werk hebben en, omdat wij vaste klant zijn, krijgen wij een gratis selectie Sushi’s. Vallen wij even met onze neus in de boter. Het blijkt niet zomaar een klein proefje, maar een bord vol. Helaas niet met verse zalm, tonijn of garnalen, want die zijn hier niet te koop. Na afloop vragen we de chef te spreken, na Kelvin te hebben geadviseerd ook voor Kirin bier te zorgen in het vervolg. We complimenteren de chef en vragen hoe hij de toekomst ziet. Ook Shashimi en evt op bestelling zodat we, als we gasten hebben, ’s avonds lekker thuis van deze heerlijkheden kunnen genieten? Als het aan hem ligt wel, maar dan moeten wij wel genoeg eten glimlacht hij, want anders ligt hij er zo weer uit als er geen omzet in het product komt.

Bij het tuincentrum heb ik nog een Impala Lily gekocht. Ik ben helemaal verslaafd aan deze planten geraakt. En ze kosten gelukkig niet veel, maar fleuren de stoepen mooi op. Ik ga wel zwemmen, maar het is onaangenaam weer en de heat exchanger kan het maar net bijhouden met de temperatuur.

Zaterdag 24 april

Ik zoom de gordijnstof voor de koof en Luna helpt mee. Van de wal in de sloot. Het is grauw en grijs en het regent een hele tijd. Om de kilheid te verdrijven maak ik de openhaard alvast aan, dat staat ook wel zo gezellig straks als buurman Gerrit kom kuier. We hebben hem veel te lang niet gezien en dus hebben we ontzettend veel bij te praten. Het zijn niet allemaal leuke dingen die de revue passeren, maar ook een klassieke familie tragedie. En 18 mei a.s. wordt Tswana geveild in Pretoria. Hopelijk heeft hij meer geluk dat Tholo en Ka’Ingo waar de veilingen bij gebrek aan belangstelling werden afgelast. De avond vliegt werkelijk om en voor je het weet komt er al weer een einde aan het gezellig samenzijn.

Raja heeft het onverminderd op Onyx voorzien en zo verandert Onyx van een onbezorgde robbedos, in een bang katje en moet ik hen uit elkaar houden. Wat een waardeloze situatie. Ook het kleine njalaatje lijkt al weer verdwenen. Ik heb het al dagenlang niet gezien terwijl de rest gewoon komt eten. Wij hebben niet veel geluk met njala babies, terwijl ze het bij Gerrit juist zo ontzettend goed doen en de populatie groeit.

Zondag 25 april 

Het is nog steeds guur hollands weer, alleen het uitzicht is anders. Ik heb twee truien aan en de vloerverwarming in de badkamer houdt daar onze voeten warm. En er lijkt een griepje aan te komen want ik voel me beroerd en er komt niets uit m’n handen. Zelfs ademhalen is me eigenlijk te veel.

Donderdag 29 april 

Ik ben gelukkig weer een beetje opgeknapt en gistermiddag is eindelijk het zonnetje weer door-gebroken. Het is meer dan een week lang oerhollands takkeweer geweest. Maria komt poetsen, Abram krijgt instructies voor het kattenbeleid vrijdag/zaterdag omdat we morgen richting Krugersdorp gaan om de trailer op te halen, de vergeten tas met boodschappen. Zaterdagochtend halen we dan Frank, Wina, Mart en Luc van het vliegveld die hier 14 dagen komen logeren. Het gastenhuis is klaar en twee single bedden erbij gepropt zodat de eerste nacht in ieder geval gezamenlijk in den vreemde kan worden doorgebracht.

En dan nog even met Onyx naar de dierenarts. Hij heeft een onsteking bij zijn oog en niest een beetje. Hij heeft de hele ochtend leuk met Luna buiten geravot, maar nog geen minuut binnen of Raja heeft hem al weer achter de wasmachine gemept. Ze kan er zelf gelukkig met d’r dikke pens niet achter, maar als ’t moet zou ze er desnoods voor op dieet gaan als je het mij vraagt. Dat brengt mijn gedachten terug op Halina Reijn gisteravond bij DWDD. Eerst dikker worden om vervolgens tot Anorexia formaat af te slanken voor een film. Er zijn meer acteurs die zo met hun gezondheid spelen, ik zou het er never voor overhebben. En dan Rita Reys, 85, nog tamelijk straks in het vel in haar gezicht en nog steeds op tournee. Echt ongelofelijkdat je op die leeftijd er nog zo kunt uitzien en zo ontzettend in het leven staat alsof je 50-60 bent. Grote bewondering daarvoor.

Het project koof is op een haar na gevild, ik heb me alleen vergist bij een van de uiteinden, daar moet nog een extra plankje gemaakt en het stof dat ik overhad, daar heb ik al een kussenovertrek van gemaakt, ergo, er moet nog een 30 centimeter stof bijgekocht worden.

Vrijdag 30 april 

Om negen uur vertrekken we naar Krugersdorp en vergeten boodschappentas. Rond Pta en Joburg wordt onverminderd aan de weg getimmerd, maar wij zien geen enkele vooruitgang en vrezen dat het over krap 6 weken (Soccer 2010) ook niet klaar zal blijken te zijn.

Het is nog een hele kunst om de controll room te vinden, maar eindelijk is het dan zover. Ik meld me en het duurt even voordat de verantwoordelijk ambtenaar vanachter de getraliede deur verschijnt. De tas komt te voorschijn en zelfs het brood zit er nog onaangetast in en is niet eens verschimmeld. Maar wel keihard. Op het eerste oog lijkt alles er nog in te zitten, zo ook een droge worst. De ambtenaar lijkt dat wel erg lekker, but my husband will kill me als ik die weggeef, dus hij blijft mooi in de tas. Na ….tig handtekeningen and “collected”  is de tas weer van ons en geef ik de swartman R20 fooi bij wijze van dankje-wel-voor-de-oppas. Ik heb meegekeken in de diverse boeken en je hebt er geen idee van wat er allemaal in zo’n parkeergarage kan achterblijven om vervolgens nooit meer opgehaald te worden. En de controllroom bestaat uit …tig beeldschermen waarop het winkelende publiek te volgen is, en waarbij op het individu kan worden ingezoomd.

Net iets over tweeën arriveren we bij Cruisertrailer. Die gaan officieel om twee uur dicht op vrijdag, maar ik heb hen telefonisch vriendelijk doch dringend gevraagd nog even 10 minuten te wachten. De trailer is weer keurig gerepareerd. En blijft deze keer hopelijk langer in onbeschadigde staat dan tot nu toe, want het was al de tweede keer dat hij voor repairs terugmoest. We overnachten in het Emerald Guesthouse en slaan eerst onze tijd stuk in Sandton. Daar kom je altijd tijd, oren en ogen te kort. Maar de hand blijft dit keer op de knip. De vrij te besteden middelen zijn deze maand opgeslokt door de trailer.

Op het nippertje

Als we het parkeerterrein weer verlaten, loods ik Jan tussen de slagboom door naar de uitgang. Althans, dat probeer ik. Naar binnen was geen probleem, maar naar buiten tussen de poortjes door behoeft niet noodzakelijkerwijze automatisch goed te gaan. Ik roep dat Jan moet stoppen omdat het niet goed gaat, maar volgens Jan gaat het best goed en hij negeert mijn stopgebod. Nogmaals schreeuw ik dat hij moet stoppen want het spatbord van de trailer zit op een haartje na op de betonnen shoulders. Er komt een securityguard zich mee bemoeien die mij meldt dat Jan naar links moet sturen. Ga het hem maar mooi zelf vertellen, want naar mij luistert hij toch niet merk ik vals op. Dus gaat de guard het Jan uitleggen en zo komt de trailer toch nog ongeschonden van het parkeerterrein.

Een illusie armer

Emeral Guesthouse ligt ongeveer op het vliegveld, maar het is al donker en de wegen rond het vliegveld zijn zodanig veranderd ten opzichte van de kaart dat we Citylodge ongeveer 6 keer tegen-komen voordat we het EGH hebben gevonden.  Daar eenmaal aangekomen, ontkoppelen we de trailer en laten ons naar Emperor Palace brengen, want daar zouden genoeg leuke restaurantjes voor het diner zijn. Hadden we het maar nooit gedaan, want tot nu toe had het Emperor Palace de illusie van James Bond glitter and glamour met smokings, martini’s, stirred-not-shaken, lange-diepe-decolleté-jurken met blonde-langharige-schonen/spionnes op hoge hakken. Niets is minder waar: fastfood restaurants met een doorsnee-van-de-straat-publiek in camping-outfit en talloze gokkasten die allemaal bezet zijn door jong, oud, wit, zwart, burka’s, kinderwagens met babies. We eten bij een aziatisch restaurant waar alles in warmhoud-zelfbedienings-bakken staat te pruttelen. Er is ook een plateau met sushi’s, maar als ik daar eenmaal enthousiast wil gaan opscheppen, spot ik een bak met blanke looptenen er vlak naast. Alle eetlust is op slag verdwenen en ik krijg de aanblik van die kippeklauwen niet van het netvlies. In retrospectief dringt de smerige weeige geur van de kippen-slachterij, waar ik ooit mijn brood verdiende, mijn neusgaten weer binnen.